Wat Google verraadt over ons echte zelf

Dat we in werkelijkheid lang niet zo stralend en succesvol zijn als we op Facebook en Instagram lijken, is bekend. Maar het beeld dat oppopt uit analyses van ons online zoekgedrag lijkt wel het tegenovergestelde.

Dit artikel verscheen in Psychologie Magazine 10/2017.

We laten ons graag van onze beste kant zien op de sociale media. Natuurlijk, af en toe delen we iets verdrietigs op Facebook of plaatsen we een baal-tweet over vertraagde treinen. Maar het gros van de berichtjes gaat over hoe leuk we het hebben: feestjes, tropische vakanties, romantische diners. En uiteraard plaatsen we alleen de beste selfies, al dan niet met Instagram-filter.

Een heel ander beeld rijst op uit de statistieken van zoekmachine Google. Als we die gebruiken, wanen we ons anoniem; en uit ons zoekgedrag komt flink wat haat, onzekerheid en getob naar voren. Dat zegt de Amerikaanse onderzoeker Seth Stephens-Davidowitz, die anderhalf jaar als datawetenschapper voor Google werkte. Dit voorjaar publiceerde hij het boek Everybody lies, over wat uit online zoekgedrag valt te leren over de menselijke geest.

Sommige populaire zoektermen geven namelijk een ontluisterend beeld van wat mensen werkelijk bezighoudt. Zo zoeken Amerikanen bijna net zo vaak op ‘nigger’ als op migraine of het populaire basketbalteam de Lakers. In 20 procent van de gevallen werd gezocht naar grappen over zwarten. Andere veelvoorkomende zoekopdrachten waren ‘stupid niggers’ of ‘I hate niggers’. En terwijl jaarlijks ‘maar’ 300.000 Amerikaanse vrouwen hun borsten laten vergroten, lijkt een veelvoud dat te overwegen. Er wordt jaarlijks namelijk ruim zeven miljoen keer online gezocht op borstimplantaten.

Ook op relatie- en seksgebied valt veel te leren uit Google-zoekstatistieken. Zo wordt er veelvuldig advies gezocht over seksloze huwelijken, zowel door mannen als vrouwen; drieënhalf keer zo vaak als over ongelukkige of liefdeloze huwelijken. En zelfs zestien keer zo vaak als over een echtgenoot die niet wil praten. Ten minste, in Amerika. Vrouwen in India hebben heel andere problemen, blijkens de veelvuldig ingetikte zin ‘Mijn man wil dat ik hem borstvoeding geef’. Verder stellen vrouwen ongeveer net zoveel vragen over hun vagina als mannen over hun penis. Niet dat de zoekopdrachten te herleiden zijn tot individuen en hun geslacht, maar je mag ervan uitgaan dat iemand die zoekt op ‘mijn vagina ruikt naar vis/uien/azijn/kaas’ een vrouw is.

Vooroordelen

Een ‘digitaal waarheidsserum’ noemt Stephens-Davidowitz de zoekstatistieken. Op sociale media is het eenvoudig liegen of overdrijven en in anonieme enquêtes neigen we naar sociaal wenselijk antwoorden. Maar op Google zijn we eerlijk, daar uiten we waar we écht mee zitten.

Dat kan tot confronterende inzichten leiden, niet alleen wat betreft racisme, maar bijvoorbeeld ook wat betreft onbewuste vooroordelen over meisjes en jongens. Volgens Stephens-Davidowitz vragen ouders over zoons tweeëneenhalf keer zo vaak aan Google of hij hoogbegaafd is als over dochters, terwijl jongens niet vaker hoogbegaafd zijn. Bij meisjes maken ouders zich juist vaker zorgen over hun uiterlijk, zoals overgewicht.

Ook andere onderzoekers beginnen Google-data intussen te ontdekken als informatiebron. Scheikundigen uit Polen beoordeelden in 2016 op basis van zoekgedrag welke drugs het populairst waren. Alcohol stond volgens de Google-data op één, gevolgd door cannabis, cocaïne, LSD en heroïne. Geen verrassende top-vijf, maar dat was ook niet het doel van de onderzoekers. Ze waren vooral benieuwd of het mogelijk was uit zoekstatistieken dit soort informatie te distilleren. Die missie was geslaagd: de resultaten kwamen overeen met die van grote organisaties die drugsgebruik monitoren.

Waarheidsserum

Voor de doorsnee internetgebruiker lijkt Googles ‘digitale waarheidsserum’ ondertussen vooral een ideaal middel om de sociale media te relativeren. Want alle blije perfectie die je daar tegenkomt kan soms best depressief maken, zo suggereerden de afgelopen jaren meerdere onderzoeken.

Zo kwam in 2016 uit onderzoek van de Amerikaanse Cornell-universiteit naar voren dat mensen die het gevoel missen dat ze een zinvol leven leiden, veel belang hechten aan Facebook-­reacties.Zij putten zelfvertrouwen uit likes en kunnen in een dip raken bij weinig likes.

Verschillende andere recente studies suggereerden dat sociale media ongelukkig maken als we bij het zien van andermans berichten veel afgunst voelen. Het steekt nou eenmaal om steeds te lezen over andermans fijne vakanties, droombanen, perfecte dates en geweldige kinderen wanneer jij het gevoel hebt dat je je leven minder op orde hebt. Maar als we de Google-data mogen geloven zijn er dus veel meer ongelukkige, onzekere en gefrustreerde mensen online dan de sociale media ons voorspiegelen.

De baas is een aap

Zelf zien? Begin eens een willekeurige zin in Google en kijk welke suggesties je krijgt voor het afmaken van die zin. Die suggesties zijn gebaseerd op populaire zoektermen, hoewel té schunnige woorden eruit gefilterd worden. Bij de Engelstalige versie ‘My husband is…’ kwam Stephen-Davidowitz in de top-vijf ‘amazing’ tegen, maar ook ‘a jerk’, ‘annoying’, ‘gay’ en ‘mean’.

In Nederland zijn de resultaten niet veel anders. Bij ‘Mijn man is…’ verschenen ten tijde van het schrijven van dit artikel naast onschuldige suggesties als ‘klusser’ (waarschijnlijk vanwege het tv-programma ‘Help, mijn man is klusser!’) en ‘jarig’ ook woorden als ‘lui’, ‘depressief’, ‘saai’ en ‘alcoholist’. Bij die laatste was een van de eerste aanvullingen ‘in bed’. Over hun kinderen vragen Nederlandse ouders zich regelmatig af of ze hoogsensitief, depressief of te dik zijn. En de zoek­opdracht ‘Mijn baas is…’ wekt de indruk dat er in Nederland nogal wat mensen rondlopen die hun werkgever gek, narcistisch of simpelweg een aap vinden.

Hoeveel van degenen die Google hun relatieproblemen toevertrouwen, plaatsen op Facebook tegelijkertijd enorm kleffe foto’s met hun geliefde? Hoeveel van je online vrienden googelen stiekem op racistische grappen? En hoeveel vrouwen die aan de lopende band prachtige selfies plaatsen, zoeken uit onzekerheid informatie over borstvergrotingen of de geur van hun vagina? Iedereen heeft zo zijn eigen sores en geheimpjes, ook degenen met perfecte levens op sociale media.

Bronnen o.a.: S. Stephens-Davidowitz, Everybody lies. Big data, new data, and what the internet can tell us about who we really are, Harper Collins Publishers, 2017 / M. Chary & G. Martinotti, Can google searches predict the popularity and harm of psychoactive agents?, Journal of medical internet research, 2016 / A. Burrow & N. Rainone, How many likes did I get? Journal of Experimental Social Psychology, 2017

Doneren

Dit artikel kon je gratis lezen via mijn website. Waardeer je het en wil je dat laten blijken? Je kunt mijn journalistieke werk steunen met een donatie.

Totaal: € -

About the author